(PARA) MEDICI BIJSLUITER ARTUVETRIN THERAPIE
1. Benaming van het diergeneesmiddel
Artuvetrin® Therapie, suspensie voor subcutane injectie bij de hond.

2. Gehalte aan werkzame en overige bestanddelen
Artuvetrin® Therapie preparaten bestaan uit aan aluminiumhydroxide geadsorbeerde allergenen in een fysiologische zoutoplossing, geconserveerd met 0,47% fenol. De allergeenextracten die in een Artuvetrin® Therapie preparaat zijn verwerkt staan altijd vermeld op het flaconetiket. Een flacon heeft een inhoud van 10 milliliter.

Ieder Artuvetrin® Therapie preparaat wordt op voorschrift van de dierenarts individueel bereid voor een patiënt. Een therapie bevat maximaal acht (8) allergenen of allergenenmengsels. De allergenen zijn in te delen in vijf groepen:
  • Pollen (afkomstig van grassen, bomen of kruiden)
  • Mijten (huisstof- en voorraadmijten) en insekten
  • Epithelia (afkomstig van ondermeer kat en hond)
  • Stof (huisstof)
  • Schimmels
Per patiënt kan de aard en het aantal allergenen die in een therapie worden verwerkt variëren. Wanneer een therapie met meer dan acht allergenen is geïndiceerd dient een tweede kuur te worden samengesteld.

3. Naam en adres van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen
Artu Biologicals Europe B.V.
Postbus 612
8200 AP LELYSTAD
telefoonnummer : 0320-267900
E-mail: info@artu-biologicals.com

Reg. NL 7638 Artuvetrin Therapie Epithelia
Reg. NL 7639 Artuvetrin Therapie Pollen
Reg. NL 7640 Artuvetrin Therapie Mijten/Insecten
Reg. NL 7641 Artuvetrin Therapie Stof

4. Dier waarvoor het diergeneesmiddel bestemd is
Artuvetrin® Therapie preparaten zijn bestemd voor de hond. De therapie is vooral geschikt voor dieren die:
  • meer dan 3 maanden per jaar verschijnselen vertonen;
  • jonger zijn dan 10 jaar.
5. Indicatie
Artuvetrin® Therapie is geïndiceerd voor de allergeen-specifieke behandeling van atopische overgevoeligheidsreacties bij de hond (hyposensibilisatie). Voor een juiste indicatiestelling dient een goede anamnese te worden afgenomen en een IgE-specifieke test, zoals de huidtest, te worden uitgevoerd.

6. Dosering
De dosering van Artuvetrin® Therapie bestaat uit langzaam opklimmende doses van de suspensie, die subcutaan worden toegediend. De therapie wordt gestart met de zogenaamde instelperiode. Na 12 weken breekt de onderhoudsperiode aan die in principe levenslang dient te worden voortgezet. De individuele gevoeligheid (het klinisch beeld) van een hond kan het mogelijk maken van het standaard doseringsschema af te wijken.

Incidenteel kan tijdens een periode waarin hoge concentraties van een allergeen aanwezig zijn in de lucht (bijvoorbeeld tijdens het bloeiseizoen van de grassen) en waarvoor een hond allergisch is, een korte terugval in de klachten worden waargenomen. Het verdient aanbeveling in dergelijke gevallen de dosering te verminderen.

Indien een hond uitsluitend een pollenallergie heeft is het raadzaam de therapie te starten na afloop van het pollenseizoen, zodat bij het begin van het nieuwe pollenseizoen een optimale bescherming zal zijn verkregen.

In onderstaande tabellen worden de doseringen per injectie en de tijdsintervallen tussen de injecties tijdens de instel- en onderhoudsperiode aangegeven. Bij toediening van twee hyposensibilisatiekuren kan de dosering volgens het schema om beurten op dezelfde dag worden gegeven.

Dosering tijdens de instelperiode
Week na start therapie Dag na start therapie Dosering (in ml)
1 0,2
3 15 0,4
29 0,6
43 0,8
10  64 1,0
13 85 1,0

Dosering tijdens de onderhoudsperiode
Week na start therapie Dag na start therapie Dosering (in ml)
17 113 1,0
21 141 1,0
25 169 1,0
29 197 1,0
etc.

Hyposensibilisatie leidt tot verbetering van atopische klachten bij ongeveer 70% van de behandelde dieren. Het effect van een behandeling is te beoordelen aan verbetering van het klinisch beeld. Pas als na acht maanden na de start van de behandeling geen enkele verbetering is opgetreden is de conclusie gerechtvaardigd dat verdere behandeling met de betreffende allergenen zinloos is. Te overwegen is na te gaan of sprake kan zijn van andere causale allergenen.

7. Wijze van gebruik en toedieningswegen
Artuvetrin® Therapie preparaten dienen voor gebruik goed te worden geschud. De toediening van Artuvetrin® Therapie vindt subcutaan plaats.

8. Aanwijzingen voor een juiste toediening
Artuvetrin® Therapie wordt op voorschrift van de dierenarts individueel bereid voor een patiënt. Controleer voordat de suspensie wordt opgezogen of de flacon de voor de patiënt bereide therapie bevat. De allergenen van ieder Artuvetrin® Therapie preparaat zijn vermeld op het etiket van de flacon.

Controleer de hoeveelheid op te zuigen suspensie, volg het doseringsschema zoals beschreven onder 6. Dosering. Vervolgens wordt de naald van een injectiespuit door de rubberen stop gestoken en de gewenste hoeveelheid suspensie opgezogen. Laat de naald vervolgens omhoog wijzen en verwijder eventuele luchtbellen door tegen de spuit te tikken. Druk voorzichtig op de zuiger tot de eerste druppel vloeistof verschijnt.

Trek het nekvel omhoog en vorm een kuiltje met de wijsvinger. Plaats de naald vervolgens in het gevormde kuiltje en druk deze rustig door de huid. Laat dan het nekvel los. Druk de spuit langzaam en gelijkmatig leeg.

9. Contra-indicaties
  • Overgevoeligheid voor de hulpstof fenol.
  • Aandoeningen die de werking van het afweersysteem beïnvloeden (bijv. immuundeficiënties), maligniteiten en auto-immuunziekten.
  • Nierfunctiestoornissen.
10. Bijwerkingen
Bij ongeveer 10% van de behandelde dieren wordt gedurende 24 tot 48 uur na de allergeeninjectie een geringe toename van de pruritis waargenomen.
In zeer sporadische gevallen kan een anafylactische shock optreden na een injectie met allergenen. In een dergelijk geval is intraveneuze behandeling met 1 tot 5 milliliter (op effect, langzaam injecteren) van een adrenaline oplossing (1:1000) geïndiceerd.

11. Wachttijd
Niet van toepassing.

12. Speciale voorzorgsmaatregelen bij het bewaren
  • Buiten het bereik en zicht van kinderen bewaren.
  • Bewaren bij 2-8°C (in een koelkast). Artuvetrin® Therapie preparaten niet laten bevriezen.
  • Bewaar Artuvetrin® Therapie preparaten in de oorspronkelijke verpakking.
  • Artuvetrin® Therapie preparaten niet gebruiken na de achter “Exp.” vermelde datum op het flacon- en verpakkingsetiket. Bij toepassing volgens voorschrift wordt de gehele flacon binnen de houdbaarheidstermijn verbruikt.
13. Speciale waarschuwingen
Het verdient aanbeveling bij een eventuele behandeling met corticosteroïden of immunosuppressiva de dosering van deze geneesmiddelen twee weken voor aanvang van de instelperiode van Artuvetrin® Therapie zo mogelijk te verlagen.

In geval van accidentele zelf-injectie, is medische hulp geboden. Toon de bijsluiter of het etiket aan de behandelende arts.

14. Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen van niet-gebruikte diergeneesmiddelen of eventuele restanten hiervan
Niet-gebruikte restanten van een Artuvetrin® Therapie preparaat dienen te worden afgevoerd als chemisch afval in speciaal daarvoor bestemde vaten (bijvoorbeeld vaten met het label “voor geneesmiddelen en cosmetica”).

15. De datum waarop de bijsluiter voor het laatst is herzien
Deze bijsluiter is voor het laatst herzien in april 2003.

16. Overige informatie
Diergeneesmiddel onderworpen aan medisch voorschrift.
Kanalisatiestatus: UDA.
Vanaf 1 juli 2010 maakt Artu Biologicals B.V.
deel uit van ALK-Abelló B.V.
   
Allergie bij honden

Informatie Dierenarts

Beschikbare Allergenen

Bijsluiter Artuvetrin Test

Bijsluiter Artuvetrin Therapie

Vragen

Links

'Artuvetrin® Therapie' bevat 1 - 4 allergenen

'Artuvetrin® Therapie Forte' bevat 5 - 8 allergenen

Behandeling