|
1. Benaming van het diergeneesmiddel Artuvetrin® Test, injectievloeistof voor intracutaan gebruik bij de hond.
2. Gehalte aan werkzame en overige bestanddelen Artuvetrin® Test allergeenoplossingen bestaan uit een heldere oplossing van een allergeenextract in een fosfaatoplossing, geconserveerd met 0,47% fenol. Tot de Artuvetrin® Test oplossingen behoren ook een positieve en een negatieve controleoplossing. Een flacon heeft een inhoud van 3 milliliter.
Artuvetrin® Test allergeenoplossingen kunnen op twee wijzen worden afgeleverd, als onderdeel van de Test Set en als individuele allergeen- of controleoplossing. De Artuvetrin® Test Set bestaat uit 13 genummerde flacons. Onderstaand staat aangegeven welk nummer op het flaconetiket met welke allergeen- of controleoplossing correspondeert.
| Naam flacon |
Hoeveelheid |
|
1. Negatieve controle (Fosfaatbuffer) |
- |
|
2. Positieve controle (Histaminefosfaat) |
0,1 mg/ml |
|
3. Graspollenmengsel* |
1.000 NE/ml |
|
4. Boompollenmengsel I** |
1.000 NE/ml |
|
5. Boompollenmengsel II*** |
1.000 NE/ml |
|
6. Kruidenpollenmengsel**** |
1.000 NE/ml |
|
7. Copramijt (Tyrophagus putrescentiae) |
100 NE/ml |
|
8. Farinaemijt (Dermatophagoides farinae) |
100 NE/ml |
|
9. Hooimijt (Lepidoglyphus destructor) |
100 NE/ml |
|
10. Huisstofmijt (Dermatophagoides Ppteronyssinus) |
100 NE/ml |
|
11. Meelmijt (Acarus siro) |
100 NE/ml |
|
12. Kattenepitheel |
100 µg/ml |
|
13. Schimmelmengsel I |
100 µg/ml
|
|
14. Vlo |
1.000 NU/ml |
* Handjesgras (Cynodon dactylon), kropaar (Dactylis glomerata), reukgras (Anthoxantum odoratum), timotheegras (Phleum pratense), echte witbol (Holcus lanatus). ** Berk (Betula pendula), els (Alnus glutinosa), hazelaar (Corylus avellana). *** Eik (Quercus robur), beuk (Fagus sylvatica), iep (Ulmus Americana) **** Bijvoet (Artemisia vulgaris), brandnetel (Urtica dioica), paardebloem (Taraxacum officinale), smalle weegbree (Plantago lanceolata)
Naast de Artuvetrin® Test Set kunnen ook individuele flacons uit deze testreeks of andere dan bovenvermelde allergeenoplossingen worden geleverd. De allergeenextracten die in een bepaalde Artuvetrin® Test allergeenoplossing zijn verwerkt staan altijd vermeld op het etiket van de flacon.
3. Naam en adres van de houder van de vergunning voor het in de handel brengen Artu Biologicals Europe B.V. Postbus 612 8200 AP LELYSTAD telefoonnummer : 0320-267900 E-mail: info@artu-biologicals.com
Reg. NL 1234 Artuvetrin® Test Mijten/Insecten Reg. NL 2289 Artuvetrin® Test Stof Reg. NL 2290 Artuvetrin® Test Epithelia Reg. NL 2292 Artuvetrin® Test Pollen
4. Dier waarvoor het diergeneesmiddel bestemd is Artuvetrin® Test allergeenoplossingen zijn bestemd voor de hond.
5. Indicatie Artuvetrin® Test allergeenoplossingen zijn geïndiceerd voor het vaststellen van atopische overgevoeligheidsreacties bij de hond. Voor een juiste indicatiestelling dient een dierenarts, naast een IgE-specifieke test zoals de huidtest, een goede anamnese te afnemen.
6. Dosering De dosering van een Artuvetrin® Test oplossing is 0,05 ml, intracutaan.
7. Wijze van gebruik en toedieningswegen Artuvetrin® Test oplossing worden intracutaan toegediend op de laterale thoraxwand.
8. Aanwijzingen voor een juiste toediening De flacons in de Test Set zijn genummerd van 1 tot 13. De nummering komt overeen met de genummerde plaats van de flacon in de houder van de binnenverpakking. Verder bevat de verpakking een kartonnen houder voor de gevulde injectiespuiten waarbij iedere plaats eveneens is genummerd van 1 tot en met 13. Voor extra allergeenoplossingen zijn drie genummerde plaatsen open gelaten (nummers 14 tot en met 16).
Wanneer een individueel verpakte Artuvetrin® Test oplossing wordt gebruikt is deze niet genummerd.
Uitvoering van de huidtest
- Scheer voorzichtig de laterale thoraxwand van de hond, de test dient op een gave huid te worden uitgevoerd.
- Nummer de injectieplaatsen van 1 tot en met 13 (of verder indien individuele testen worden toegevoegd) op de huid van de hond met een stift of pen met een onderlinge afstand van 2,5 cm.
- Vul de injectiespuiten met de diverse allergeen- en controleoplossingen.
- Leg, afhankelijk van het nummer op de flacon, de injectiespuit op de bijbehorende plaats in de houder.
- Dien 0,05 ml van elke allergeen- en controleoplossingen intracutaan toe (na injectie ontstaat een bobbeltje) waarbij het nummer op de houder correspondeert met het op huid geschreven nummer.
- Lees de huidreactie na 15 tot 20 minuten af door de kwaddeltoename te markeren met eenstift of pen.
Interpretatie van de huidtest De reactie van de negatieve controle is meestal nul. De reactie op een allergeenoplossing met een kwaddeldoorsnede groter dan de helft van de kwaddel veroorzaakt door de positieve controleoplossing (of groter dan de helft van het verschil in doorsnede van de positieve en negatieve controle), wordt als positief beschouwd.
Vals positieve reacties kunnen worden veroorzaakt door:
- Oplossingen te dicht naast elkaar te injecteren.
- Huidbeschadigingen door scheren of injectie in geïrriteerde huid.
- Krabben van de hond op de injectieplaats(en)) tussen de intracutaaninjectie en het aflezen van de test.
- Sedatie met morfine, deze stof zorgt voor het vrijkomen van histamine waardoor een kwaddel kan ontstaan.
Vals negatieve reacties kunnen worden veroorzaakt door:
- Subcutane in plaats van intracutane injectie.
- Testen buiten het relevante seizoen (indien van toepassing).
- Interactie met bepaalde geneesmiddelen, zie onder 13. Speciale waarschuwingen.
- Het met de geteste zijde op een koude ondergrond liggen van de hond waardoor het lokale oedeem minder duidelijk aanwezig is.
- Ernstige stress van de hond.
9. Contra-indicaties
- Overgevoeligheid voor de hulpstof fenol.
- Huidveranderingen in en rond het testgebied.
- Aandoeningen waardoor de algehele gezondheid van de hond is verminderd.
10. Bijwerkingen Na injectie van een testoplossing kan gedurende korte tijd een lichte jeuk ontstaan. In zeer sporadische gevallen kan een anafylactische shock optreden na een injectie met allergenen. In een dergelijk geval is intraveneuze behandeling met 1 tot 5 milliliter (op effect, langzaam injecteren) van een adrenaline oplossing (1:1000) geïndiceerd.
11. Wachttijd Niet van toepassing.
12. Speciale voorzorgsmaatregelen bij bewaren
- Buiten het bereik en zicht van kinderen bewaren.
- Bewaren bij 2-8°C (in een koelkast). Artuvetrin® Test oplossingen niet laten bevriezen.
- Bewaar Artuvetrin® Test oplossingen in de oorspronkelijke verpakking.
- Artuvetrin® Test oplossingen niet gebruiken na de achter “Exp.” vermelde datum op het flacon- en verpakkingsetiket.
13. Speciale waarschuwingen Bepaalde geneesmiddelen kunnen interfereren met een allergietest. Daarom dient minimaal twee weken (bij depotpreparaten zes weken) voorafgaand aan de allergietest elke medicatie met corticosteroïden, tranquillizers, immunosuppressiva en antihistaminica te worden gestaakt.
Een allergietest dient te worden uitgevoerd op een gave huid. Bij honden met bijvoorbeeld een zeer ernstige vlooienallergie of bij de West Highland White terrier, die vrijwel altijd last heeft van allerlei soorten huidproblemen, kan de huid dusdanig beschadigd zijn dat een allergietest niet uitgevoerd kan worden.
14. Speciale voorzorgsmaatregelen voor het verwijderen van niet-gebruikte diergeneesmiddelen of eventuele restanten hiervan Niet-gebruikte restanten van Artuvetrin® Test allergeenoplossingen dienen te worden afgevoerd als chemisch afval in speciaal daarvoor bestemde vaten (bijvoorbeeld vaten met het label “voor geneesmiddelen en cosmetica”).
15. De datum waarop de bijsluiter voor het laatst is herzien Deze bijsluiter is voor het laatst herzien in april 2003.
16. Overige informatie Diergeneesmiddel onderworpen aan medisch voorschrift. Kanalisatiestatus: UDD.
Vals positieve reacties kunnen worden veroorzaakt door:
- Oplossingen te dicht naast elkaar te injecteren.
- Huidbeschadigingen door scheren of injectie in geïrriteerde huid.
- Krabben van de hond op de injectieplaats(en) tussen de intracutaaninjectie en het aflezen van de test.
- Sedatie met morfine, deze stof zorgt voor het vrijkomen van histamine waardoor een kwaddel kan ontstaan.
Vals negatieve reacties kunnen worden veroorzaakt door:
- Subcutane in plaats van intracutane injectie.
- Testen buiten het relevante seizoen (indien van toepassing).
- Interactie met bepaalde geneesmiddelen, zie onder 13. Speciale waarschuwingen.
- Het met de geteste zijde op een koude ondergrond liggen van de hond waardoor het lokale oedeem minder duidelijk aanwezig is.
- Ernstige stress van de hond.
|