ALLERGIE

Diagnostiek van inhalatie-allergie

Iemand kan voor verschillende stoffen, zoals voedsel, nikkel, penicilline, pollen, huisstofmijt etc. allergisch zijn. Inhalatie-allergie ontstaat als gevolg van het inademen (inhaleren) van allergenen (= stoffen waar iemand allergisch voor is) zoals gras- en/ of boompollen, huisstofmijt, dierlijke huidschilfers en/ of schimmels. 

Een inhalatie-allergie wordt via verschillende manieren door een arts vastgesteld:
1. het in kaart brengen van de klachten (anamnese)
2. eventueel onderzoek van neus en/ of longen
3. het uitvoeren van een allergietest

De meest gebruikte testen voor inhalatie-allergie zijn de bloedtest en de huidpriktest. Bij de bloedtest wordt bloed van de patiënt afgenomen en in een laboratorium geanalyseerd op aanwezige afweerstoffen (=antilichamen) tegen specifieke allergenen. Bij een huidpriktest wordt op de onderarm van de patiënt een aantal druppels aangebracht (1). In elke druppel zijn verschillende allergenen opgelost. Vervolgens wordt met een naaldje de bovenste huidlaag, de opperhuid, "aangehaakt"(2). Deze oppervlakkige beschadiging van de huid doet geen pijn en wordt amper gevoeld. Wanneer een patiënt allergisch is voor een bepaalde stof ontstaat binnen 15 minuten een bultje op de plaats waar het allergeen is aangebracht op de arm. De arts kan zo direct zien voor welk(e) allerge(e)n(en) de patiënt allergisch is (3). 

De anamnese, het eventuele onderzoek en de uitslag van de allergietest geeft de arts veelal voldoende informatie om de juiste diagnose te stellen en de behandeling in te stellen.

 

 

 

Algemene informatie

Allergie diagnostiek

Allergie behandeling

Links

 
1. Testvloeistoffen aanbrengen


2. Huid 'aanhaken' (nauwelijks voelbaar)


 3. Mate van allergie beoordelen

 

 

Behandeling